I'm a grumpy old woman who likes to read










Tuesday, October 21, 2008

Urban Street Sports




Het eerste dat ik vanochtend hoorde toen ik de radio aanzette, was een interviewer, die aankondigde te zullen gaan praten met een jongen die volgens hem geweldig enthousiast was over zijn BMX. Onder het motto Urban Street Sports zou de jongen na het interview een parcours gaan afleggen ter demonstratie van zijn kunsten.

Het duurde behoorlijk lang voor de jongeman bij de microfoon arriveerde. Het bleek dat je voor BMX-en (rondjes rijden en jezelf te pletter laten vallen van een soort mini springschans à la Garmisch Partenkirchen), nogal wat spullen nodig had. Een helm, elleboogbeschermers, kniebeschermers, speciale schoenen en natuurlijk peperdure merkkleding. En dat moest hij natuurlijk eerst allemaal aantrekken alvorens hij de radio interviewer te woord stond.

Aan het begin van het programma had de interviewer uitgelegd wat Urban Street Sports precies waren.

“Het zijn leuke sporten die je heel goed in de stad kunt beoefenen zonder dat je nu meteen naar een dure sportschool hoeft te gaan," legde hij uit. “Iedereen kan het doen, want je hebt er niet zoveel ruimte voor nodig.”

Hij noemde een aantal mogelijkheden op zoals skateboarden, rollerskaten en natuurlijk dat BMX-en waar we zo meteen nog veel meer leuke dingen over zouden gaan horen, en hij bleef onder het vertellen steeds irritant vrolijk. Ik kon inmiddels echter de gedachte niet van me af zetten dat het ook wel eens over van die enge dingen zou kunnen gaan als het springen van het ene flatgebouw naar het andere of iets anders in diezelfde griezelige categorie. Volkomen ongeschikte stunts voor hormonaal gestuurde jongelui, die alles wel eens willen proberen om indruk te maken op het andere geslacht. Ik had op dat moment de radio uit kunnen zetten, maar zoiets is als een auto-ongeluk: je wilt er niet naar kijken, je weet dat je het niet moet doen, maar het gebeurt toch.

De mensen die dit soort dingen doen zien er altijd akelig gezond uit. Jong, en vrijwel altijd van het mannelijk geslacht. Gek genoeg zien ze er ook altijd uit alsof ze erg gezond eten terwijl ze hoogstwaarschijnlijk leven op een dieet van Cola, gezinszakken chips en broodjes Shoarma. Aan de acne kun je ook niet meer zien waaruit het dieet bestaat. De artsen zorgen tegenwoordig prima voor de smetteloze huidjes van onze schatjes, precies zoals de orthodontisten dat doen met een randje prikkeldraad over de ivoren overbeet.

“Zo, daar ben je dan!” zei de interviewer. “Ik dacht al, waar blijft hij nou!”

“Tja,” zei de BMX-er met een neuzelig stemgeluid. “Veilig fietsen vergt veel voorbereiding.”

Ik kwam tot de conclusie dat hij nodig eens wat aan zijn neusamandelen moest laten doen.

“Vertel eens,” zei de interviewer, “wat is er zo leuk aan op een veel te klein fietsje van een springschansje af rijden?”

“Het is een fantastische belevenis,” neuzelde de jongen verder. Als ik niet wist dat hij het over fietsen had, zou ik hem een computernerd hebben genoemd. Deze stem hoorde beslist niet bij een sportieve fietsfanaat.

“Je bent in de buitenlucht, je kunt het overal doen, zelfs in het midden van de stad en het kost bijna niets.”

“Geweldig!” zei de interviewer. Je kon horen dat hij er echt zin in kreeg. Voor je het wist zou hij zelf ook op de fiets springen. En hij deed er ook nog eens iets geweldig goeds mee. Hij zag al die stadse bleekneusjes al met zijn allen op de BMX zitten.

“En vertel eens, waar doe je het zoals?” vervolgde hij.

“In het buitenland,” zei de neuzelaar. Er viel een korte stilte en de interviewer was even van zijn stuk gebracht. Ging dit programma niet over leuke sporten die je kon doen zonder dat je er allerlei voorzieningen voor nodig had? Sporten die vrijwel niets kosten? En was het niet de bedoeling dat de Jantjes Beton van Nederland zich hierdoor op andere dingen zouden storten dan het vernielen van bushokjes?

“Wat is er mis met Nederland?” vroeg de interviewer.

“Het regent hier altijd,” zeurde de jongen. “En dat is heel vervelend. De steden zijn hier ook veel te vol. En je hebt bijna nergens goeie veldjes. Er zijn hier heel veel voorzieningen nodig.”

Zijn doorzagende stem begon inmiddels aardig op mijn zenuwen te werken. Ik was blij dat ik er geen gezicht bij zag, want ik kon me daar aan de hand van die stem wel enigszins een voorstelling van maken. De ontevreden trekken, het haar in gemene stekeltjes ge-gelled en het onvermijdelijke tenue van veel te grote spijkerbroek en trui met capuchon. Nou ja, er was tenminste nog enige rechtvaardigheid in deze wereld want op die stekeltjes moest dit keer natuurlijk wel een fietshelm worden gezet.

“In het buitenland is alles veel beter geregeld.” De zeurderige jammerklacht in zijn stem werd zo mogelijk nog geprononceerder. “Er zijn daar overal mooie banen. Je hebt er de ruimte. Morgen ga ik gelukkig weer naar Duitsland. Mijn team is al onderweg.”

“Je team?” vroeg de interviewer voorzichtig. Je kon merken dat hij zich blijkbaar realiseerde dat hij zich niet zo goed ingelezen had.

“Ja,” zei de jongeman en hij begon nu aanzienlijk opgewekter te klinken. “Het onderhoudsteam, mijn andere fietsen. We hebben tegenwoordig een truck waarin we alles kunnen vervoeren en dat scheelt een stuk.”

“Juist ja,” zei de interviewer zwakjes. Ik bewonderde de manier waarop hij zijn kalmte bewaarde en ik had ook wel een beetje medelijden met hem. Hij was tenslotte aan het gesprek begonnen met het idee dat men hier werkelijk iets voor de hangjeugd zou kunnen gaan betekenen. Nu bleek dat je een heel team nodig had, en Nederland eigenlijk veel te vol was en dus ongeschikt bleek omdat het hier altijd regent, kon je duidelijk horen dat het een flinke domper op zijn dag zette.

De zon schijnt uitbundig wanneer ik dit schrijf. Hier vlak om de hoek is een sportveldje aangelegd omzoomd door hoge schaduwrijke platanen. De buurtjeugd hangt er regelmatig rond. Rokend en zoenend onder het speciaal aangelegde afdakje, de brommers ronkend er om heen. Het sportveldje wordt nauwelijks gebruikt. Althans niet waar het voor gebruikt zou moeten worden. De politie vindt dat niet prettig. Die vindt dat de jeugd moet doen waar dat veldje voor is aangelegd, met alle gevolgen van dien. De opgeblazen bushokjes vormen een spoor door de stad op Nieuwjaarsdag.

Vandaag ben ik blij dat ik geen zestien meer ben. Ik zou niet willen dat de gemeenten en het rijk mij op die manier van alles probeerden op te leggen. Wanneer je zestien bent wil je zoenen en op brommers rondscheuren en de lol gaat er al snel af wanneer de gemeente daarin probeert te sturen en al zeker wanneer er zo'n zeurderige BMX-er wordt bijgehaald.

Ik haal een glaasje wijn, leg mijn voeten op de bank en prijs mezelf gelukkig dat ik nog lekker kon zoenen en met de brommer scheuren toen ik jong was. Okay, ik moet toegeven dat de brommer een Solex zonder remmen was, waar je minstens met zijn tweeën op moest zitten om met vier voeten over de grond te kunnen schuren zodat je op tijd kon stoppen voor een stoplicht, en dat degene die me op mijn dertiende voor het eerst zoende een jongen was die Duppie werd genoemd (ook geen onverdeeld genoegen kan ik wel zeggen, maar daarover een andere keer), maar ik weet zeker dat we nooit zo werden betutteld als de kinderen nu soms.

Tieners van nu, blijf lekker hangen en zoenen en brommen. Dan kun je later, wanneer je mijn leeftijd hebt tenminste op iets leuks terug kijken, want dat BMX-en lijkt me niks.
Ik neem nog een slok en voel de warmte prettig door mijn lijf trekken. Ik hoef gelukkig niet meer.

No comments: